Waarin ik mijn eigen kindertijd in woorden probeer te vangen. Een vorm van biografie schrijven, die precies bij mij past. Ik hoop dat ze ook voor anderen inspirerend en herkenbaar zijn.
Ik had altijd van die slome rapporten
een acht of een achtenenhalf voor taal
een zeven of een zevenenhalf voor rekenen
(andersom leek me beter)
En dan
dikke achten voor
aardrijkskunde
geschiedenis
vlijt
én gedrag
voor gym
(lich. oefening)
had ik een zes
ik schaamde me kapot
Het was een boze droom
waaruit ik niet weg kon
het leek op rennen onder water
de wolf sprong
en ik werd wakker
van mezelf omdat ik zo hevig
lag te ademen
alleen in het donker
het hele huis stil
te stil om te schreeuwen.
Mochten jullie
je ooit nog ergens vertonen,
doe dat dan niet weer
bij de herders in het veld
die zijn al geweest
en trouwens
ze bestaan bijna niet meer.
Neem mij
of
neem de hele klas van Juffie Wiggers
wij geloven het wel
neem vooral niet de klas van
juffie van den Brink:
die belt de politie
Ik heb geen zusje
en ik had er wel drie kunnen hebben
zo flauw
één was al genoeg
een ondeugende met kort haar
of een hele lieve die piano speelt
mijn vriendinnetje heeft er twee
een slome met een bril
een oude die er nooit is
mijn vriendinnetje heeft geeneens broers
en ik dus drie.
(hele leuke)
Er zijn van die dingen
die ik nooit heb gevonden
zoals een klavertje vier
een haaientand
of een gouden ring
Toch heb ik daar
heel veel moeite voor gedaan
uren turen in de wei
eindeloos rommelen
tussen kokkels en zaagjes
diep gegraven in het bos,
gekeken onder natte bladeren
onder paddenstoelen
en vooral
tussen boomwortels.
Op het station zat hij
versleten, oud en grijs
te pielen op zijn mandoline
ik was het rijke meisje
hand in hand met
haar rijke vader
en wij liepen langs hem heen
naar ons fijne huis
waar onze mooie mama was
de mandolineman was een opa
zonder vrouw, zonder kind, zonder huis, zonder hond, zonder sigaar
en hij speelde niet zo mooi
het klonk een beetje
eentonig
ook dat nog.