kersenvlaai
vlaamse wafels
met slagroom
pruttelsoep
suddervlees
stijve gele pudding
lippenstift, oorbellen, bloemetjesjurk
bloemenwater in hun hals
daaronder een spleet:
de Ru Damoer
daarin kan de gouden ketting
heel lang klem blijven zitten
maar dat voelen ze niet
ze roken
ze lachen keihard met tranen
ze zeggen vaak: ochärm,
vooral als er een inverwaachting is
en ’s winters hebben ze
kai heng of kai pu of kai naas
soms zijn ze chagreinig
en ze kunnen heel boos worden
(uit Paradijs)
Toen ik zes werd
kreeg ik van mijn opa
een rode vulpen
met een zilveren dop.
Andere kinderen moeten elk jaar een nieuwe,
en met een etui vol vulpennen,
balpennen, potloden, stiften
willen ze nog mijn ene pen lenen
wat ik nooit doe
want een vulpen gaat naar je hand staan.
Zes jaar later breekt mijn pen
zonder enige waarschuwing
finaal doormidden.
(uit Paradijs)
Lijnen als slingers
als witte vlaggen in
regenboogkleuren
omhoog via flatgebouwen
omlaag langs strenge gevels
lijnen als slingers
in volle wind
op zonnige dagen
of dwars door de mist
over binnenplaatsen
in de ene tuin en in de volgende
langs verduisterde ramen
voorbij blinde muren
onder afdakjes
langs grof vuil
en waakhonden
in een klein hoekje zon
vlak voor de bui
pure liefdeslijnen
ondanks alles
altijd en overal.
pikzwarte kruissteekjes gaan rond
in het blauw en voor eeuwig
vrij de vleugels in het web
ochtendoase op dakterras
pas op de plaats
genoeg water in je plantenbak
voor weer een dag van vijfendertig graden
geen wolk
klimop omhelst de slinger
Tibetaanse vlaggetjes en kust
verdwijnende rafels
en nu de zon zakt
sperzieboontjes, knoflook en zout,
olijfolie glimt op je wit porselein
en geluk gloort rusteloos
in de vingertoppen van de levensboom
niemand ziet de vliegende schotel
en er zijn woorden voor
je ogen verzadigd van toekomst
een bij landt op een Tibetaans vlaggetje
herinneringen wapperen langzaam droog
het is stil in de stad
Je tuin hangt weer vol rozenbottels, liefste
en je zoekt geen ruzie,
je zoekt mij
ik mag zomaar een wens doen
een moeilijke opdracht voor een amateur
dus ik weet het nog niet
ik was ook al grijs voor ik wist
dat het heel goed is om een gedicht te schrijven
naar rozenbottels te kijken
en gewoon een beetje sukkelig,
tussen de bedrijven door,
lief te hebben.
Het lege zand
rust op het lege strand
en de gedweeë zee
ze sleept
van eb naar vloed naar eb
en al die leegte, al die lucht
zo vrij van schuld en los
van alles
Hier ben je nu
onder een wijde koepel
van horizon tot horizon
vervuld van leegte
zuiver wit licht
tot in je botten
met lichte stap en diepe adem
en een hart net zo vrij
als anders.